Symfonieorkest Van De Munt
Sarka Bedrich Smetana
Pianoconcerto nr 2 in g-moll, opus 16 Sergej Prokofjev
Symfonie nr 8 in G, opus 88 Antonín Dvorák
muzikale leiding Libor Pesek
piano Anatol Ugorski
concertmeester Zygmunt Kowalski
orkest Symfonieorkest van de Munt
Blauwe Zaal deSingel Antwerpen
In de symfonische cyclus van dit seizoen hebben we ons bij ieder concert laten leiden door de somtijds weinig evidente juxtapositie van klassiek of romantisch repertoire en twintigste-eeuwse symfonische werken. Dat resulteert in verrassende en boeiende confrontaties als deze van Mozart met Sjostakovitsj of van Arvo Pärt met Anton Bruckner.
Uiteraard zetten we daarbij onze jarenlange samenwerking verder met het Symfonisch Orkest van de Munt en doen we beroep op twee andere internationale toporkesten: het Budapest Festival Orchestra en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Vast dirigent van de Munt, Antonio Pappano, gaat van start met Bartóks (1881-1945) Divertimento voor strijkorkest, een werk uit 1939 dat de componist zelf als "een laatste moment van geluk in duistere tijden" bestempelde. Daarnaast zingt de mezzo Susan Graham Berlioz' (1803-1869) melancholische liedcyclus over de liefde 'Les Nuits d'Eté'. Jean Sibelius' (1865-1957) Tweede Symfonie, die het meeste indruk maakt door haar letterlijk ingehamerde finalethema's - Sibelius houdt immers de muzikale onthullingen liefst voor het slot - besluit dit eerste concert.
Anton Bruckner (1824-1896) vormt de link naar het volgende symfonische gebeuren met het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Beiden, Bruckner en Sibelius, stoelen op éénzelfde muzikale wortel en cultiveren de zogenaamde grote vorm en overweldigende toon in hun symfonieën. Bruckners Nullte, een werk dat hij tot kort voor zijn dood alsmaar herwerkte en nooit binnen zijn negen officiële symfonieën wilde opnemen, verdient beter dan het oordeel van zijn auteur in de naamgeving doet vermoeden. Haar puur lyrisme en religiositeit passen bij de teneur van het eerste luik van het concert, het Te Deum van de Estlandse componist Arvo Pärt (°1939). Dit werk voor gemengd koor en orkest schrijft zich in in de traditie van de moderne religiositeit - als bij John Tavener of Henryk Górecki - en nodigt met zijn serene en mystieke sfeer uit tot contemplatie en bezinning in jachtige tijden.
Niemand minder dan Bernhard Haitink leidt het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Britten en Sjostakovitsj tijdens ons derde symfonisch concert. Les Illuminations van Benjamin Britten (1913-1976) is zonder enige twijfel één van de meesterwerken van deze controversiële Britse componist. Britten gebruikt fragmenten uit de gelijknamige prozagedichten van Arthur Rimbaud en celebreert een ideaal huwelijk tussen de menselijke stem en de zacht strelende klanken van het strijkorkest. Op Les Illuminations volgt de Vierde Symfonie van Dimitri Sjostakovitsj (1906-1975). De symfonie, geschreven tussen 1934 en 1936, werd pas in 1961 uit angst voor partijkritiek voor het eerst uitgevoerd. Met haar lange eerste deel dat haast een symfonie op zichzelf voorstelt en haar gewelduitbarstingen en wrange ondertoon geldt ze zeker als Sjostakovitsj' meest complexe en gevoelsgeladen symfonisch werk.
In zijn dertiende symfonie voor bas, mannenkoor en orkest heeft Sjostakovitsj teksten van Jevgeni Jevtu-schenko op muziek gezet. De eerste tekst 'Babi Yar' gaf zijn naam aan het gehele werk. Babi Yar, zo heet de ravijn aan de rand van Kiev waar in 1941 honderdduizend mannen, vrouwen en kinderen door de Duitse bezetters vermoord werden. De symfonie is net zo goed een aanklacht tegen antisemitisme en onderdrukking als een verdoken kritiek op de stalinistische sovjetmaatschappij. Dat klinkt erg zwaar, toch is er ook humor en eindigt het laatste deel met een soort van weemoedige schoonheid. Klassiek evenwicht met een schalkse ondertoon is zeker van de partij in Mozarts achttiende pianoconcerto met - als altijd - die hemelse schoonheid van het tweede, langzame deel.
Het laatste concert uit de cyclus met het Muntorkest staat onder leiding van Libor Pešek en is gewijd aan drie gekende Slavische componisten. Sarka, een episode uit het bekende vaderlands toongedicht Ma Vlast van Bedrich Smetana (1824-1884), vertelt het verhaal van de gelijknamige Tsjechische amazone die ten gevolge van een mislukte liefde alle mannen haat. Met zijn frenetieke ritmes is het een van Smetana's krachtigste en meest compacte werken. Het tweede pianoconcerto van Sergey Prokofiev (1891-1953) ontketende een heus schandaal bij de creatie in 1913 te St. Petersburg. Met zijn 'futuristische' klankenstroom is het een dubbele uitdaging voor de luisteraar en voor de pianist die tot aan de grens van het fysiek speelbare wordt gedreven. Een taak die de Russische eigenzinnige pianist Anatol Ugorski op het lijf geschreven is.
Antonin Dvoraks Symfonie nr 8 kent evenzeer aanhangers als tegenstanders door haar specifieke structuur die wel erg ver af staat van de strenge klassieke vorm. Toch blijft het werk binnen eenzelfde tonaliteit en bekoort het met zijn ongebreideld temperament en optimisme ondanks enkele archaïserende en idyllische toetsen.
Reacties (0)

Eenmaal per maand maken 2 forumgebruikers kans op elk twee tickets voor een voorstelling of concert uit ons aanbod.

Reageer

meer muziek