headerimage

Na haar studies aan de Nationale Operaschool van Stockholm bij Kerstin Meyer en Erik Sædén vervolmaakte de Zweedse mezzosopraan Ann Hallenberg zich bij Joy Mammen in Londen. Ze trad op in operahuizen als de Koninklijke Zweedse Opera, het Drottningholm Hoftheater en de Volks-
opera in Stockholm, de Noorse Nationale Opera, de Staatsoper Stuttgart, de Semperoper Dresden, het Teatro Lirico in Bremen, de Oper der Stadt Bonn, de Komische Oper Berlin, het Badisches Staatstheater Karlsruhe, de Opera van Montpellier en festivals als de Dresdener Musikfestspiele, het Boston Early Music Festival, het Tanglewood Festival en het Festival voor Oude Muziek in Utrecht. Op haar repertoire staan rollen als Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice, Isabella in L'Italiana in Algeri, Rosina in Il barbiere de Siviglia, de titelrol in Carmen, Clarice in De Liefde voor de Drie Sinaasappelen, Orlofsky in Die Fledermaus, Dorabella in Così fan tutte, de titelrol in Vivaldi's Juditha triumphans, Aristeo in Rossi's Orfeo, Aristeo in Sartorio's Orfeo, Flosshilde in Das Rheingold en Deianira in Cavalli's Ercole amante. Tot haar Händel-rollen behoren Flavio, Arsamene in Serse, Cornelia in Giulio Cesare, Irene in Tamerlano, Dejanira in Hercules, Piacere in Il Trionfo del tempo e del disinganno en Storgé in Jephta. Ann Hallenberg werkte samen met dirigenten als Christophe Rousset, Roy Goodman, Arnold Östman, Jos van Veldhoven, Andreas Spering, Christoph Spering, Francesco Corti, Marcus Creed, Emmanuel Haïm, Michael Hofstetter, Stephen Stubbs en Peter Neumann. Ze stond op concertpodia in de Verenigde Staten, Duitsland, Italië, Frankrijk, België, Nederland, Zweden, Noorwegen, Oostenrijk en Zwitserland met werk van Händel, Bach, Monteverdi, Mozart, Pergolesi, Verdi, Rossini en Mahler. Zowel in 2001 als in 2002 werd Ann Hallenberg in het tijdschrift Opernwelt genomineerd als 'Nachwuchskünstlerinn des Jahres' (talent van het jaar).
(2/4/2003)


Producties deSingel