headerimage

(België, 11/05/1926)
Tone Brulin studeerde scenografie aan La Cambre (1943-1946) in Brussel. De toenmalige directeur van het instituut Herman Teirlinck werd Brulin's mentor. Van 1946 tot 1948 studeerde hij theater aan de Studio in Antwerpen.
Tone Brulin was medeoprichter van avant-garde literaire magazines 'Tijd en Mens' (1948) samen met Hugo Claus en Louis-Paul Boon en van 'Gard Sivik' (1952) samen met Hugues Pernath en Paul Snoek.
In 1953 richtte hij in Antwerpen mee het Nederlands Kamertoneel op en regisseerde hij er een eerste experimenteel theaterstuk.
Brulin verdiende erkenning als toneelschrijver nadat hij de Prijs van de Boekenweek in Amsterdam had gewonnen (1953). Hij kreeg ook de CJP-prijs, de Hegenscheidt Prijs van Sabam, de Hustinckx Prijs, de Nationale Prijs voor toneelschrijvers en eremedaille van de stad Brussel.
Tijdens zijn studies in La Cambre speelde hij de prins van Aragon in Shakespeare's 'The Merchant of Venice', geregisseerd door Gust Maes, in de KVS in Brussel.
In een voortdurende zoektocht naar zelfontwikkeling en training, reisde Brulin de wereld rond. In New York volgde hij lessen bij Lee Strasberg, in de Actor's Studio.
Terug in België, keerde hij terug naar de KVS om er verschillende eigen stukken te regisseren. Een tournee met de KVS in Congo was het begin van een werkperiode in Afrika. Hij regisseerde verschillende stukken voor het Zuid-Afrikaanse Nationale Theater/'Nasionale Toneel' in Pretoria en stichtte 'Die Kamertoneel' volgens het Antwerpse model. Hij regisseerde onder meer 'Waiting for Godot', waarin hij zelf de rol van Vladimir vertolkte.
Brulin keerde terug naar Europa met 'Les Chiens', een anti-apartheidsstuk dat door verschillende gezelschappen geënsceneerd is geworden: National Theatre of Algeria, Théâtre de la Communce d'Aubervilliers, Théatre du Parc in Brussel…
Met de Zuid-Afrikaanse schrijver Athol Fugard stichtte hij de groep 'Nieuw Afrika'. Hiermee traden ze op in Brussel, in Paleis voor Schone Kunsten, op het Avant-garde-theaterfestival.
In de jaren 1960 was hij vooral actief als directeur bij televisie en als lesgever op het RITCS in Brussel.
In 1967 vertegenwoordigde hij de Belgische delegatie op het congres van het Internationale Theaterinstituut in Warschau.
In 1970 regisseerde Brulin 'Saboo', de eerste productie van het 'Théâtre Laboratoire Vicinal' met Frédéric Flamand.
In de jaren 1970 onderwees hij in verschillende drama-afdelingen in de Verenigde Staten. Daarna verhuisde hij naar Curaçao. Samen met enkele van zijn studenten aan Antich College richtte hij het 'Curaçao de Otrabanda'-gezelschap op. Hun stuk 'Kaakamakaakon' ging in première in New York.
Vanaf 1972 werkte Brulin als professor in theater aan Sains University in Penang in Maleisië. Terug in Europa kreeg hij een positie aan de Theateracademie in Maastricht. In 1975 richtte hij TIE3 op, Theater van de derde wereld. Tussen 1975 en 1985 ontwikkelde dit een multicultureel repertoire van Afrikaanse en Aziatische stukken zoals ' Kapai-Kapai', 'Ba Anansi', 'Charkawa' en 'Gilgamesj'.
In 1992 zorgde Brulin voor de decoratie in de Brusselse metrohalte Bizet.


Producties deSingel