"Ik ben historicus. Daarom hou ik van het nu." Met deze boutade, de Belgische geschiedschrijver Henri Pirenne parafrazerend ("Je suis historien. C'est pourquoi j'aime la vie."), zouden we het veelomvattende project van regisseur Luk Perceval en auteur Tom Lanoye die een hedendaagse bewerking maakten van Shakespeares koningsdrama's kunnen omschrijven.
Deze koningsdrama's behandelen in een aaneensluitend geheel van acht stukken de Engelse geschiedenis tijdens de vijftiende eeuw. Zij vertellen over de honderdjarige Rozenoorlog die woedde tussen twee Engelse dynastieën, het huis van Lancaster en het huis van York. Historische verhalen over de gruwelen van de oorlog, over machtswellust en broedertwist, over moord, doodslag en incest. Shakespeare was geen historicus, maar een man van het theater. Hij kon het zich bijgevolg veroorloven de geschiedenis naar zijn hand te zetten, wat hij ook deed. Hij beoogde namelijk met zijn koningsdrama's het feodale verleden af te schilderen als een verwerpelijk voorbeeld van anarchie en zo de hang naar het centrale gezag van de toenmalige zestiende-eeuwse Tudordynastie onrechtstreeks te rechtvaardigen. Maar Shakespeare schreef niet louter een 'histoire de bataille' van de Engelse middeleeuwse adel. Onder een eerste historische laag gaat een verhaal van alle tijden schuil.
Aanvankelijk speelde Luk Perceval met de idee 'Richard III', het laatste stuk uit de cyclus, te ensceneren. Dit verhaal van de gewetenloze, gebochelde vorst ("...gemeen door de natuur beroofd van schoonheid, mismaakt, onafgewerkt en voor mijn tijd dit leven ingezonden, half geschapen en wel zo kreupel en zo onbehouwen dat honden blaffen als ik hen voorbijhink, ...") behoort tot één van de meest complexe én tegelijk meest populaire stukken uit Shakespeares oeuvre. Maar hoe dit stuk in zijn volle draagwijdte vandaag te spelen? Luk Perceval ging op zoek naar een antwoord en kwam tenslotte uit bij het begin van de Rozenoorlog, bij 'Richard II', meteen ook het eerste stuk van de cyclus. Daarop besloot hij een eigen interpretatie te maken, waarin de mythische dimensie van dit epos centraal staat. Voor de bewerking zocht en vond hij een running mate in de persoon van schrijver/dichter Tom Lanoye, die uitstekend overweg kan met de mengeling van vulgariteit, populair volkstheater en grote poëtische bevlogenheid die je in Shakespeares teksten aantreft. Samen bogen zij zich twee jaar lang over het tekstmateriaal. Tom Lanoye schreef op basis van de oorspronkelijke Shakespearetekst een volledig nieuw zesdelig toneelstuk, 'Ten Oorlog'.
'Ten Oorlog' schetst in drie achtereenvolgende 'afleveringen', elk bestaande uit twee delen, het drama van de westerse beschaving, beginnend in de herfst van het feodale tijdperk en eindigend in de brakke poel van oorlog en ontreddering die de wereld vandaag is. In de bewerking van Luk Perceval en Tom Lanoye staat de evolutie van de westerse cultuur centraal. De drie afleveringen dragen religieuze titels: voor de makers gaan de koningsdrama's over de dolende mens, verdreven uit het paradijs. Iedere aflevering vormt een thematische eenheid en functioneert daarom als een volwaardige voorstelling, met een eigen titel en een eigen literair karakter. Dit wordt onder meer vertaald in een evolutie van de taal, waarbij Tom Lanoye aanvankelijk aansluiting zoekt bij de klassieke versbouw van Shakespeare, om te eindigen bij Richard III die spreekt in de wegwerptaal van de razendsnelle beeldcultuur. Aflevering 1 werd 'In de naam van de vader en de zoon' gedoopt omdat het verhaal hier is toegespitst op vader-zoonconflicten. In aflevering 2, 'Zie de dienstmaagd des Heren', betreedt de vrouw voor het eerst het strijdperk en wordt de strijd tussen de seksen ten tonele gevoerd. In aflevering 3, 'Verlos ons van het kwade', wordt de aandacht verlegd naar het individu dat voortdurend in strijd is met zichzelf, met de totale zelfvernietiging als resultaat.
Luk Perceval, artistiek leider van de Blauwe Maandag Compagnie, richtte samen met Guy Joosten dit gezelschap op in 1985, vlak na hun eerste onafhankelijke productie, 'De geschiedenis van Don Quichot'. Sindsdien is het parcours van Perceval bezaaid met tal van succesvolle en gelauwerde regies, waarin telkens opnieuw een consequente acteursregie en een hecht ensemblewerk als sterke troeven naar voren treden. Omwille van de eigenzinnigheid, de hedendaagsheid en de omvangrijkheid van het project, besloot deSingel 'Ten Oorlog' te coproduceren. Dertien acteurs, veertien maanden repeteren, goed voor tien uur toneel, in drie afleveringen, of gebundeld op één dag ... een titanenwerk. Volgens Luk Perceval een noodzakelijke, rituele vorm van collectieve bezinning. "Ik geloof in de rituele kracht van zo'n evenementen die het pure consumptietheater overstijgen. Het is een ouderwets medium waar we mee werken. Maar de schouwburg blijft toch een van de weinige plekken waar de concentratie zo sterk is, dat de grens tussen waarnemer en waargenomene verdwijnt. Dan kom je bij het ritueel uit."