Zes mannen en drie mannelijke muzikanten, zowel kiekenborstjes als echte venten, geven lucht aan wat de kleine dorpsgemeenschap benauwt en adem geeft: hun alles weten van allen, hun vereende draagkracht voor elkaar. Op niet meer dan een kantelende evenwichtsplaat - alweer een knap decor van Guido Vrolix - krijg je de precaire samenhang van het Vlaamse verenigingsleven te zien. En hoe. Wat deze robuuste spelersgroep met Johan Heldenbergh en Dominique Van Malder inboet aan verfijning, wint hij aan likkebaardend spelgenot. Meer dan ooit weet Sierens goud te maken van de wisselwerking tussen individuele branie en collectieve pijn. De jury kreeg een krop, en heeft luid gelachen. Ontroering heet dat.