De Zwitserse regisseur Christoph Marthaler is musicoloog. In het Frankrijk van de jaren zestig ging hij in de leer bij Jacques Lecoq. Daarna begon hij zelf te regisseren: een patchwork van theater, zang en muziek. Bijgestaan door zijn vaste scenografe Anna Viebrock creëert hij telkens opnieuw een unieke wereld, het theater van de antiheld. 'Glaube Liebe Hoffnung' is zijn vierde enscenering van een tekst van Ödön von Horváth. De Hongaarse auteur leefde en werkte in Duitsland tijdens het interbellum. In zijn teksten hekelt hij het opkomend fascisme.
In 'Glaube Liebe Hoffnung' uit 1932 schetst hij een droevig sociaal tableau tijdens de depressie. Een jonge vrouw valt buiten het sociale vangnet. Tot wanhoop gedreven, gaat zij fataal ten onder. Elke poging tot redding versnelt uiteindelijk haar ondergang. Von Horváth noemde dit stuk "een kleine dodendans". Hij waarschuwt ons voor onze hang naar kitsch en vals sentiment, ja zelfs ons masochistisch kicken op medelijden in tijden van crisis.