In de monoloog 'Drugs kept me alive' voert Jan Fabre een figuur op aan de rand van het leven. Hoe dichter bij de dood, hoe meer pillen en poeders hij nodig heeft. Zijn handlangers zijn ecstacy, poppers, speed en cocaïne. Steeds is hij op zoek naar de eeuwige roes. Maar hoewel hij de dood in het aangezicht kijkt, is hij een overlever, altijd op zoek naar nieuwe manieren om de man met de zeis te snel af te zijn. Hij verkent alle vluchtwegen, zijn kompasnaald steeds gericht op de shortcuts tussen hemel en hel.
Snelheid is zijn wapen en humor zijn medicijn. Zwevend op zijn luchtschip van extase kiest hij zelf de fata morgana's die hem aanlokkelijk lijken, ja, die hem zelfs intens gelukkig maken. De voorstelling wemelt van de tegenstellingen en paradoxen. Pillen om te overleven en pillen voor de roes. Leven tussen euforie en afgrond. Jan Fabre schreef 'Drugs kept me alive' voor Tony Rizzi. Deze Amerikaanse danser en performer was lange tijd lid van Ballett Frankfurt onder leiding van choreograaf William Forsythe. Zo leerde hij Jan Fabre kennen, met wie hij in het verleden al vaak samenwerkte, onder meer in 'Da un' altra faccia del tempo', 'Glowing Icons', 'Histoire des larmes' en 'Orgy of tolerance'.