Zeg niet zomaar strijkkwartet tegen Quatuor Ébène. Niet alleen hebben de vier zich op korte tijd naar de wereldtop gekatapulteerd met klassiek repertoire, ondertussen blijkt er ook nog een grensverleggend jazzcombo in hen schuil te gaan. In het eerste van twee opeenvolgende concerten leeft de ebbenhouten vierschaar zich uit in drie kleppers uit de kwartetliteratuur.
"Je gelooft je oren niet", zei Maarten 't Hart over de 'unheimliche' dissonanten en 'querstände' waarmee Mozarts epische Negentiende aanvangt. Hele verhandelingen zijn gewijd alleen al aan deze tweeëntwintig maten duister 'Adagio', vóór het 'Allegro' doorbreekt in een stralend C-groot.
'Rosamunde' van haar kant is een kolkende stroom vol broeierige hartstocht. Drie bewegingen lang worstelt Schubert zich door melancholie en wanhoop vooraleer in het finale 'Allegro moderato' een zuurverdiende triomf te vieren.
Tsjaikovski tenslotte overtrof destijds alle verwachtingen door met zijn weemoedige 'Andante Cantabile' zelfs de grote Leo Tolstoj tot tranen toe te ontroeren.