T +32 (0)3 248 28 28
hoe bereiken?

Detection of the Flash plugin failed. You may need to upgrade your Flash Player.
Your Flash plugin may be outdated, or your Javascript support has been switched off. You can try to bypass the detection if you wish.

LÉON STYNEN (1899-1990)

architecturaal testament

Men noemt het gebouwencomplex deSingel wel eens 'het testament van Léon Stynen', 'de meest complete samenvatting van zijn oeuvre'.
Om dit gebouw juist te situeren moet het geplaatst worden in het stedenbouwkundig ontwerp dat Stynen voor de Wezenberg maakte, een urbanistisch plan dat slechts fragmentarisch uitgevoerd werd.
De enkele gebouwen die op deze plek door Stynen werden gerealiseerd - de voormalige BP-Building (nu AXA), het voormalige Crest Hotel (nu Crowne Plaza) en het gebouwencomplex deSingel - zijn wel in staat een suggestie te geven van Stynens visie op de nieuwe stad in het groen, tenminste als de verkeersaders die dit landschap vandaag doorsnijden weggedacht worden.

Schets van deSingel door Léon Stynen  
Léon Stynen
"Stynen beschouwde het gebouw als het cultureel centrum met in een kring eromheen kantoorblokken en schijven in een door heuvels beschutte groenzone."
(Geert Bekaert in 'Léon Stynen, een architect', uitg. deSingel, 1990).

Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium, Radio 2 en deSingel: 3 fasen

Het ontwerp van Léon Stynen voor het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium en Radio 2 werd tussen 1968 en 1987 in drie fasen gerealiseerd.

  • Fase 1: De laagbouw, in een onvolledige 8-vorm, 1968.
  • Fase 2: De twee zalen en Radio 2, 1980.
  • Fase 3: Een uitbreiding voor het Conservatorium en de publieksfoyer van deSingel, 1987.

deSingel internationaal kunstcentrum

In 1980 kreeg het gebouwencomplex eindelijk zijn definitieve bestemming. Doordat de zalen nu klaar waren, kon er een belangrijke impuls aan het culturele leven gegeven worden. Naast oefenzalen en publieksklassen moesten de zalen immers ook verhuurd worden voor culturele evenementen. Dat leidde in 1982 tot de oprichting van vzw deSingel. Vanaf 1983 koos deSingel expliciet voor een eigen artistiek programma. Zo begon de profilering als internationaal kunstcentrum.

Een groot cultureel complex

basisontwerp

maquette van Leon Stynen

In 1958 kreeg Léon Stynen de officiële opdracht van het Ministerie van Openbare Werken om een groots opgevat gebouwencomplex te ontwerpen. Het moest voorzien in de huidige en toekomstige noden van het Koninklijk Vlaams Conservatorium. De stad Antwerpen stelde de grond aan de Wezenberg ter beschikking. Het was een geschikte plaats, groot genoeg, vrij van bebouwing, gemakkelijk te bereiken en beschermd door een aantal groene heuvels. Het water van de oude vestinggrachten maakte van dit terrein een oord van rust en kalmte ( foto: Collectie Architectuurarchief Provincie Antwerpen ).

Reeds in zijn eerste tekeningen deed Stynen zijn voordeel met deze uitzonderlijk ligging.
Hij groepeerde de leslokalen rond twee ruime binnentuinen op één enkel niveau. Dit niveau - 2,50 meter boven straatpeil - was op palen voorzien om de begane grond vrij te houden en om het spel van de perspectieven van de architectuur gecombineerd met het landschap te vrijwaren.

Hij ontwierp twee zalen, een concertzaal voor duizend personen en een schouwburgzaal voor zevenhonderd vijftig toeschouwers. Deze zalen vormden samen met de bibliotheek en de leeszaal het dominerende element van de compositie. De wandelgangen rondom de zalen genoten van een vrij uitzicht op de waterspiegel van de oude vestingsgrachten. Het geheel zou als het ware omcirkeld zijn door de heuvels waarin alleen het geluid van de wind en de vogels zou doordringen.

het afgraven van de Wezenberg
het afgraven van de Wezenberg
  de werf in Fase 1
de werf in Fase 1 ( Foto: Collectie Architectuurarchief Provincie Antwerpen )

obstakels

Dit eerste basisontwerp werd langs verscheidene kanten belaagd. Aan sommige aanvallen kon Stynen weerstaan, tegen andere was hij machteloos.

1 of 2 zalen?

Het departement van Schone Kunsten van het Ministerie weigerde de bouw van twee zalen en wilde één polyvalente zaal. Stynen kon echter de ministers overtuigen van de onmogelijkheid een goede concertzaal te bouwen die tegelijkertijd een schouwburgzaal is. deSingel is hem er nog steeds dankbaar voor.

een 'standaard'-school?

Het Ministerie van Openbare Werken wilde Stynen verplichten de reglementering toe te passen die van kracht was voor de bouw van schoollokalen. Hij protesteerde. Een conservatorium was, toen net zo min als nu, in geen geval te vergelijken met een gewone school. Er waren bijvoorbeeld maanden van discussie over de breedte van de gangen en de hoogte van de klassen. Stynen wilde ten volle rekening houden met het specifieke karakter van het muziekonderwijs. De studenten van een conservatorium, soms beladen met hun instrument, zouden de gangen vaak doorkruisen van de ene praktijkles naar de andere. De hoogte van de lokalen in een conservatorium moest niet alleen bepaald worden op basis van regels voor verluchting, maar moest ook beantwoorden aan de eisen van de akoestiek.

verkeersknooppunt

De E3-snelweg, voordien ontworpen op een afstand van drie kilometer ten zuiden van de stad, werd verplaatst tot in de onmiddellijke nabijheid van het gebouw, met als gevolg dat alle waterpartijen met hun isolerende en architectonische functie moesten verdwijnen. Een dertigtal meter extra kon Stynen uit de brand slepen, maar niet voor lang. Zes maanden later bleek dat een spoorweg tussen het gebouw en de E3-snelweg gevoegd zou worden, met het gevolg dat één van de heuvels, die nog een scherm vormde tussen het gebouw en de snelweg, verdween.

zwembad

De stad Antwerpen besliste een zwembad aan te leggen op het gedeelte van het terrein, gelegen aan de voet van de laatste overblijvende heuvel. Die heuvel, gereduceerd tot de helft van zijn oorspronkelijke hoogte, werd tenslotte bewaard als een minimaal scherm tussen de twee gebouwen.

Fase 1: Het Conservatorium (1964-1968)

concerten in de traphal
concerten in de traphal
oase van rust
oase van rust

In 1964 werd de eerste steen gelegd van de nieuwe lokalen die begin 1968 in gebruik genomen zouden worden.
Deze eerste fase omvat:

  • administratieve lokalen
  • klassen
  • studio's

transparante achtvorm met akoestisch geïsoleerde klassen

Het geheel is gevat in een achtvorm, omheen de twee binnentuinen.
De gelijkvloerse verdieping van het gebouw is zoveel mogelijk vrij gehouden om aan alle zijden brede perspectieven te verkrijgen.

Een brede trap met zeer zachte helling leidt naar het niveau plus 2,80 m waar de leslokalen zijn en waar later de concertzaal en de toneelzaal zouden komen. Deze leslokalen zijn over de eerste verdieping verspreid en liggen alle slechts aan één zijde van de brede gangen. Daardoor ontstaat een wandeling met uitzicht op alle onderdelen van het Conservatorium en op de twee binnentuinen.
De scheiding tussen de klassen en gangen is meestal dubbel uitgevoerd met akoestische wanden of ingemaakte kasten. De muren tussen de klassen zijn akoestisch geïsoleerd.

De grotere hoogte die de architect voor de klassen kon realiseren, maakt dat deze boven de gangen uitsteken. Hij gebruikte deze verhoging om ook van daar direct natuurlijk licht te laten binnenvallen. Waar mogelijk werden in het gebouw glazen wanden tussen gangen en lokalen gebruikt. Dit alles verhoogt het transparante aspect van het gebouw. Vooral 's avonds, wanneer de binnenverlichting brandt die volgens een vast patroon ingeplant is, valt dit op.

Fase 2: deSingel en Radio 2 Antwerpen (1973-1980)

Eerste steenlegging fase 2 op 16/11/1973 door minister Chabert, gouverneur Kinsbergen en directeur Traey
Eerste steenlegging fase 2 op 16/11/1973 door minister Chabert, gouverneur Kinsbergen en directeur Traey
werkbezoek minister Van Elslande
werkbezoek van minister Van Elslande

De tweede fase, met de concertzaal, de theaterzaal en de bibliotheek, liet op zich wachten. Pas in 1973, nadat gouverneur Kinsbergen had voorgesteld om BRT 2 in dit gebouwencomplex te huisvesten, kwamen de werken terug op dreef.

Radio 2

Voor Radio 2 was in het gebouw de volgende infrastructuur voorzien:

  • drie opname- en uitzendstudio's, waarvan één toegankelijk voor publiek
  • burelen voor administratie en redactie
  • een keuken/refter voor het personeel

De realisatie van deze studio's vlak naast de spoorweg en de autosnelweg is een staaltje van technisch vernuft. De studio's werden trillingsvrij op de fundering opgebouwd, opnames en uitzendingen kunnen er ongestoord plaatsvinden.

deSingel

De faling van de eerste aannemer tijdens de bouw van de tweede fase bracht opnieuw vertraging in de afwerking. Toch werd op 4 november 1980 deSingel plechtig geopend. Het vorstenpaar was aanwezig bij de ingebruikname van:

  • de Rode Zaal
  • de Blauwe Zaal
  • de Kleine Zaal
  • een foyer-tentoonstellingsruimte

Hiermee ging de oude droom van Peter Benoit in vervulling: een conservatorium als pedagogische instelling beschikte nu ook over een zalencomplex waarin niet alleen de studenten maar de hele bevolking gelegenheid zou krijgen deel te nemen aan het internationale muziek- en theatergebeuren.

Er waren wel twee zalen voorzien, maar geen ruimte voor de organisatie van de exploitatie hiervan. Daarom werden onder de zuidvleugel van de eerste fase in 1984 burelen voor deSingel gebouwd. Deze ingreep betekende weerom een aantasting van het basisconcept van Léon Stynen, omdat een deel van het doorzicht, van de openheid van de architectuur verloren ging.

bibliotheek conservatorium

Voor het conservatorium bevatte de tweede fase de bibliotheektoren. Deze ligt boven de concertzaal en omvat:

  • de eigenlijke bibliotheek
  • ruimte voor de stockage van boeken
  • ateliers voor de boekbinderij en drukkerij

Fase 3: uitbreiding Conservatorium en publieksfoyer deSingel (1986-1987)

De eerste ontwerpen voor de derde bouwfase werden door architect Paul De Meyer, voormalig assistent van Léon Stynen, getekend in 1975. Het inplanten van de derde fase plaatste de ontwerpers, het architectenbureau De Meyer en het Gebouwenfonds voor de Rijksscholen zowel voor esthetische als voor bouwkundige problemen. De bebouwbare ruimte werd onvoldoende geacht om de nieuwbouw als een annex toe te voegen. Er werd geopteerd om een bestaande vleugel aan te passen, te verhogen en te laten aansluiten bij een uitbreiding naar de Desguinlei toe. Gezien de funderingen van het bestaande gebouw niet voorzien waren op een bijkomende verdieping, werd besloten de bestaande vleugel te overbouwen. Daarvoor was een zware constructie nodig die een deel van de oorspronkelijke vorm van het gebouw opslokte. De derde fase kreeg daardoor een massieve indruk. Ondanks gelijke vormkenmerken qua ritmiek van de gevel wijkt deze fase sterk af van Stynens concept van openheid en doorzicht.

De derde fase omvat:

  • de Zwarte Zaal
  • een foyer-refter met honderd dertig plaatsen
  • grote lokalen voor percussie
  • klassen en individuele repetitiestudio's
  • ateliers voor elektriciteit en schrijnwerkerij
  • een foyer voor zeventig personen, aansluitend bij de Rode Zaal

STÉPHANE BEEL (°1955)

Behoefte aan ruimte

Sinds het ontwerp in 1958 evolueerde de werking van het Koninklijk Vlaams Conservatorium en deSingel zeer sterk. Bovendien deden ook nieuwe gebruikers hun intrede.

Conservatorium

voltijds onderwijs en meer opleidingen

Het kunstonderwijs werd van een soms nog deeltijdse opleiding omgevormd tot een uitsluitend voltijds leerprogramma. Nieuwe opleidingen, een jazzafdeling en een operaklas, werden ingericht.

individueel én groepsonderwijs

Het Conservatorium zoekt constant naar een evenwicht in het lesprogramma. Theoretische vakken die aan grotere groepen gegeven worden vragen om grotere leslokalen, individueel kunstonderwijs vereist kleinere repetitielokalen voor praktijklessen en oefeningen.

theater-, muziek- en danszaal op studentenmaat: Zwarte, Gele en Witte Zaal

De Rode en de Blauwe Zaal zijn te groot om als leslokaal te gebruiken. Ze worden door het Conservatorium enkel ingeschakeld bij grote evenementen zoals projectweken en opendeurdagen. Bovendien worden deze zalen meestal gebruikt door deSingel.
De Zwarte Zaal, gebouwd in 1987, kon dit probleem gedeeltelijk oplossen. Deze ruimte dient als leslokaal voor toneel. De publieke examens toneel en woordkunst vinden er plaats.
Een nieuwe muziekzaal met groot podium is noodzakelijk voor de lessen harmonie- en symfonisch orkest, de koorklas en de operaklassen. Voor de publieke examens en voor studentenconcerten wordt deze Gele Zaal een ideale omgeving.
De opleidingen drama en dans - tot nu gevestigd respectievelijk in Antwerpen-centrum en Lier - zullen in de nabije toekomst volledig in deSingel plaatsvinden. Die verandering is niet alleen het resultaat van een rationalisering van infrastructuur en overheadkosten.
Vooral artistiek en pedagogisch moet deze bundeling leiden naar interessante ontmoetingen tussen professionelen en studenten uit de verschillende disciplines. In het masterplan zijn dansstudio's en spel- en leslokalen voor drama voorzien. Verder komt er een nieuwe zaal - de Witte Zaal - waar studenten drama en dans de confrontatie met een publiek kunnen aangaan.

deSingel

repetitieruimte

In deSingel, sinds de oprichting uitgegroeid tot internationaal platform voor hedendaagse kunst in Vlaanderen, wordt niet alleen kunst getoond. Artiesten kunnen er ook in huis werken. Door deze evolutie is er een grote behoefte aan repetitieruimtes ontstaan, zowel voor orkesten en koren als voor theater- en dansgezelschappen.

tentoonstellingen

Het exposeren in de wandelgangen komt in conflict met de circulatie van het publiek en de bediening tijdens de pauzes. Het specifieke karakter van de wandelgangen is voor architecten een uitdaging maar het brengt grote kosten met zich mee en bemoeilijkt het reizen van de tentoonstellingen. Een specifieke tentoonstellingshal zou deze problemen kunnen oplossen.

groot podium

Bij grote voorstellingen was het podium van de Rode zaal te klein. Een vrije ruimte van 15 x 15 meter achter de portaalopening was voor de gezelschappen die deSingel wil uitnodigen een standaardeis. Sinds de verbouwing fase 4.1 beschikt deSingel over een podium dat 21 meter diep is.

café-restaurant

Een ruim café-restaurant, als ontmoetingspubliek voor het publiek, ontbreekt op dit ogenblik.

Aanloop naar een masterplan

deuren als positieve echo's

deuren van Stéphane Beel - © Jan Kempenaers

In 1989 gaf deSingel, aansluitend op een tentoonstelling over zijn werk ('Recent werk I'), aan architect Stéphane Beel (°1955) de opdracht een nieuw deurgeheel te ontwerpen als afsluiting van en inkom tot de wandelgangen (tentoonstellingsruimte) en de zalen.
Het tijdschrift Forum beschreef het ontwerp: "De signaalfunctie van de buitenwanden van het gebouw met zijn plastische openingen wordt in de nieuwe deuren herhaald: de openingen worden volle panelen. De gaten en hun gelijkvormige positieve echo's zijn op één lijn geplaatst. Er wordt een verband gelegd tussen beide toegangen. De openingen van de voorgevel lijken op het glas van de deuren geprojecteerd. Een bestaand element wordt hernomen en getransformeerd tot een nieuw en zelfstandig element." (Forum, 83 (3), 3)

tentoonstelling Léon Stynen

Naast de ingreep aan de toegang gaf Stéphane Beel mee vorm aan de tentoonstelling rond Léon Stynen. Ook bij die gelegenheid toonde hij aan architect Léon Stynen in het algemeen en het gebouw deSingel in het bijzonder zeer goed aan te voelen. Hij installeerde de tentoonstelling niet alleen in de wandelgangen - ondertussen uitgegroeid tot traditionele tentoonstellingsruimte - van deSingel maar ook in de gangen en klassen van het Conservatorium en herschikte de vestiaire zodat deze een bijzonder zicht op het gebouw en de twee binnentuinen bood. Het parcours gaf ook uitzicht op twee andere belangrijke realisaties van Stynen in de nabije omgeving van deSingel.

vertrouwensrelatie in kleine én grote ingrepen

klas van Jos van Immerseel - © Jan Kempenaers

Sindsdien heeft deSingel een vertrouwensrelatie met Stéphane Beel. Hij werd aangezocht voor het grote en het kleine werk. Zo tekende hij balies voor de programmaverkoop (1990) en verbouwde hij de vergaderzaal van het Conservatorium (1993). Hij gaf een bijzonder originele architecturale vertaling aan de akoestische eisen - ondermeer gesteld door klaviervirtuoos Jos van Immerseel en akoesticus Johan De Laere - bij de verbouwing van een klas van het conservatorium (lokaal 138) tot klavecimbellokaal (1998) en hij werd ingeschakeld voor de renovatie en verbetering van de klassen van het Conservatorium in de laagbouw.

Kunstcampus

masterplan

In 1992 besloten de toenmalige drie gebruikers van het gebouw - deSingel, Conservatorium, Radio 2 -, als antwoord op de evolutie van hun werking, hun infrastructuurnoden te bundelen. De realisatie van bepaalde ruimtes voor de ene kon immers een uitbreiding voor de andere in de weg staan. Zo ontstond de idee van een globaal infrastructuurplan. Het bouwprogramma wilde het gebouw vervolledigen door het uit te rusten voor alle facetten van het artistiek werk: zowel artiesten opleiden, artiesten laten werken, als artistiek werk presenteren. Samengevat: Leren - Maken - Tonen!

haalbaarheidsstudie

Stéphane Beel bleek dé architect bij uitstek om dit te onderzoeken. In maart 1995 belastte Hugo Weckx, Vlaams minister van Cultuur, Stéphane Beel officieel met de haalbaarheidsstudie van het infrastructuurplan. Er waren verschillende vragen aan de orde: de verzoenbaarheid van het omvangrijk bouwprogramma met het terrein én met de architectuur van Léon Stynen, naast de kostprijs van de realisatie. Met een kritische blik onderzocht Stéphane Beel het gebouw, de omgeving en het nieuwe bouwprogramma.

ontwerp

schets interieur nieuwbouw fase 4.2 © Stéphane Beel Architecten

In september 1995 stelde Stéphane Beel zijn volume-ontwerp aan de gebruikers voor. Deze reageerden onmiddellijk enthousiast. In de volgende zes maanden werd het ontwerp verder uitgediept tot het masterplan dat in 1996 goedgekeurd werd.

Het ontwerp getuigt van een grote kwaliteit. Ondanks de omvang van de ingreep (zestienduizend vierkante meter), de beperkingen van het bouwterrein en de verscheidenheid van de infrastructuurnoden, voorzag Beel slechts twee bouwplaatsen die door hun ligging de dagelijkse werking - die ongestoord moet kunnen verder gezet worden tijdens de werken - minimaal storen.

In volume kan het ontwerp opgedeeld worden in drie delen:

1. een laagbouw achter de Rode en de Blauwe Zaal
2. een laagbouw ter hoogte van de berm langs de autosnelweg
3. een middelhoogbouw langs de Jan Van Rijswijcklaan.

Deze volumes sluiten perfect aan bij de sterk door Stynen bepaalde architecturale en stedenbouwkundige omgeving.

Fase 4.1 (1999-2000)

Een eerste fase van het masterplan, namelijk de laagbouw achter de Rode en de Blauwe Zaal (afmeting 7 x 40 meter met drie bouwlagen) werd ondertussen gerealiseerd (kostprijs € 4.000.000).
De uitbreiding van de diepte van het podium van de Rode Zaal van 14 naar 21 meter loste een urgent probleem op. Door het bouwen van een los- en laadruimte op het niveau van het podium van zowel de Rode als de Blauwe Zaal en het voorzien van een brug die de binnentuin doorkruist en de circulatie op niveau 1 vervolledigt, moet het transport van materiaal voor de Blauwe Zaal niet meer door de artiestenfoyer verlopen. Deze foyer werd vergroot, krijgt nu daglicht en biedt via een terras toegang tot de binnentuin.
Voor het Conservatorium werden twee bijkomende burelen voorzien, het onthaal werd verbouwd, er werd een klas bijgemaakt en er werd een lift voor het verplaatsen van instrumenten gerealiseerd.

Artiestenfoyer © Jan Kempenaers
Artiestenfoyer
zicht op de gang tussen deSingel en het Conservatorium - © Jan Kempenaers
gang tussen deSingel en het Conservatorium

Fase 4.2: opdracht realisatie

In juni 2002 gaf minister van Cultuur Bert Anciaux aan Stéphane Beel de opdracht de tweede fase van het project te realiseren. In oktober 2002 sloot de Hogeschool Antwerpen zich hierbij aan. Het totale budget voor de realisatie van de fase 4.2 bedraagt 25 miljoen euro.

Sinds 1 mei 2003 werkt Beel aan het definieve ontwerp. De werken lopen van 2007 tot 2010. Het seizoen 2010-2011 zou moeten starten in het uitgebreide gebouw.

schets Stéphane Beel Architecten fase 4.2 schets Stéphane Beel Architecten fase 4.2

Voor deSingel omvat het bouwprogramma:

  • een tentoonstellingsruimte
  • een sta-café (tevens pauzebuffet Blauwe Zaal en receptieruimte)
  • een café-restaurant
  • een multimedia book-bibshop
  • een podiumkunstenwerkplaats
  • repetitieruimtes voor dans en ensemble
  • burelen voor het Vlaams Architectuurinstituut
  • randlokalen (kleedkamers, bergingen, ateliers)

Voor het Conservatorium (departement D van de Hogeschool Antwerpen) omvat het bouwprogramma:

  • de Gele Zaal (voor orkestrepetitie en studentenconcertjes)
  • een leslokaal muziek, 3 oefenstudio's
  • de Witte Zaal (voor lessen en voorstellingen drama en dans)
  • 6 spel/leslokalen drama
  • 5 oefenstudio's dans
  • randlokalen (kleedkamers, bergingen, burelen)