T +32 (0)3 248 28 28
hoe bereiken?

Detection of the Flash plugin failed. You may need to upgrade your Flash Player.
Your Flash plugin may be outdated, or your Javascript support has been switched off. You can try to bypass the detection if you wish.

WAT VOORAFGING

Droom van Peter Benoit (1898)

Met de opening van deSingel ging een droom van Peter Benoit (1834-1901) in vervulling. In 1867 werd de componist directeur van de Antwerpsche Vlaamsche Muziekschool, die dank zij zijn nooit aflatende bemoeienissen door het rijk werd erkend en in 1898 Koninklijk Vlaamsch Muziekconservatorium werd. Benoits ideeën reikten verder dan de opleiding van studenten en de vorming van kunstenaars: hij droomde ervan de hele bevolking te betrekken in het internationale muziek- en theatergebeuren.

Hij wenste dat er naast de muziekschool een zaal zou komen, waar niet alleen de studenten maar ook het publiek gelegenheid zou krijgen deel te nemen aan het kunst- en cultuuraanbod. In die zin moet bij Benoit de eerste aanzet worden gezocht van wat uiteindelijk 'deSingel internationaal kunstcentrum' zou worden.

In 1883 ontwierp het stadsbestuur van Antwerpen de eerste plannen voor een nieuw conservatoriumgebouw, met een toneelzaal die ook als concertzaal zou dienen. De uitvoering van deze plannen werd uitgesteld en Benoit kreeg "voorlopig" een herenhuis aan de Sint-Jacobsmarkt ter beschikking. Het zou meer dan tachtig jaar duren vooraleer een nieuw conservatorium in gebruik genomen zou worden.

Architect Léon Stynen ontwerpt het Antwerps Conservatorium (1958)

Léon Stynen
Architect Léon Stynen

In 1958, toen Flor Peeters directeur van het conservatorium was, gaf het ministerie van Openbare Werken aan de architect Léon Stynen de opdracht een groots complex te ontwerpen. In 1964 werd de eerste steen gelegd en in 1968 kon het nieuw Antwerps Conservatorium openen. De tweede fase van de bouw, met de concertzaal, de theaterzaal en de bibliotheek, liet op zich wachten, ondermeer omdat de nodige fondsen ontbraken. Tot de gouverneur van de provincie Antwerpen, Andries Kinsbergen, met het voorstel kwam om BRT 2 Omroep Antwerpen in het complex eveneens een onderkomen te geven. De werken geraakten in 1973 weer op dreef.

Het gebouw krijgt een naam

Ondertussen bedachten Nic van Bruggen (1938-1991, dichter) en Herbert Binneweg (°1944, ontwerper) de naam 'deSingel'. Sommigen zochten in de richting van iets als 'Peter Benoitcentrum'. Maar een neutrale naam, die pas later voor een inhoud zou staan, kreeg de voorkeur. De ligging bij de Desguinlei, die deel uitmaakt van een singel rond de stad, heeft zonder enige twijfel tot de naam geïnspireerd. Herbert Binneweg, docent grafische vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, gaf vorm aan de naam en het toenmalige logo. Zoals het gebouw zelf kregen ook de zalen neutrale namen: de Rode Zaal en de Blauwe Zaal, naar de kleur van de zetels, en de Kleine Zaal.

'Cultureel Centrum deSingel' opent (1980)

Op 4 november 1980 konden de zalen eindelijk officieel in gebruik genomen worden in aanwezigheid van koning Boudewijn en koningin Fabiola. Voor architect Léon Stynen (1899-1990) was het naar eigen zeggen een van de moeilijkste opdrachten uit zijn lange loopbaan.

opening 1980
Koning Boudewijn en Koningin Fabiola in het gezelschap van Eugène Traey

In de zalen zouden de leerlingen van het conservatorium, toekomstige musici en acteurs, podiumervaring kunnen opdoen en beroepsmensen aan het werk zien. De infrastructuur droeg een enorm cultureel potentieel in zich dat de mogelijkheden van het conservatorium ver oversteeg. Daarom nam Eugène Traey, toenmalig directeur van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium, op 1 december 1979 Frie Leysen in dienst om met hem de opening van het zalencomplex voor te bereiden.

De Vlaamse Gemeenschap richtte in 1983 de autonome vzw deSingel op, met als belangrijkste opdrachten het beheer van het gebouw, de ontwikkeling van een eigen programma en de verhuur van de zalen.

DESINGEL WORDT EEN INTERNATIONAAL KUNSTCENTRUM

deSingel start met eigen artistieke werking: theater, dans, muziek en architectuur (1983)

Ingrid Bergman
Ingmar Bergman

Infrastructureel vulden de Rode en Blauwe Zaal van deSingel een lacune aan als volwaardig uitgeruste theater- en danszaal met variabele capaciteit en als moderne concertzaal die tot dan ontbrak in Antwerpen en in Vlaanderen. Een tweede lacune werd aangevuld door de werking van deSingel zelf. De inplanting van deze infrastructuur moest ook een nieuwe artistieke impuls voor gans Vlaanderen betekenen.

William Forsythe
William Forsythe

1983-1984, het eerste seizoen met een eigen programma, toonde klassieke muziek, theater en dans uit binnen- en buitenland. In 1985 opende de eerste architectuurtentoonstelling. Deze unieke combinatie van kunstdisciplines binnen één huis trok een groot en verscheiden publiek aan en werd onmiddellijk opgemerkt in het buitenland. Daar zagen tal van artiesten in deSingel een ideale partner voor de presentatie van hun werk in Vlaanderen.

Christian Zacharias
Christian Zacharias

Grote internationale artiesten, waaronder theatermaker Ingmar Bergman, choreograaf William Forsythe, pianist Christian Zacharias en zanger Olaf Bär, vonden in deSingel voor het eerst een Vlaams podium. Vlaamse gezelschappen als De Tijd, Rosas en Het Nieuw Belgisch Kamerorkest volgden we op de voet. Met de presentatie van werk van OMA, het bureau van de ondertussen wereldvermaarde Nederlandse architect Rem Koolhaas, naast tentoonstellingen van architecten als Luc Deleu en Aldo Rossi, was ook voor deze discipline de toon gezet.

Olaf Bär
Olaf Bär

Na drie jaar eigen programmering erkende deSingel voor zichzelf zijn 'speerpuntfunctie' in een compromisloze keuze voor artistieke vernieuwing en creatie op Europees niveau. In Vlaanderen was er een taak voor enkele centra die het beste artistieke werk bij ons zouden detecteren en daarvoor eventueel een springplank naar het buitenland zouden vormen, en andersom buitenlandse kunstenaars in Vlaanderen zouden presenteren. Internationale kunstcentra, als platformen voor hedendaagse kunsten in een internationale context, waar artiesten zich aan elkaar kunnen meten én inspireren en waar het geïnteresseerde publiek ze aan het werk kan zien in een breed referentiekader.

Door de overheid erkend als hét internationaal kunstcentrum van Vlaanderen (1990)

Dat er van deSingel belangrijke internationale impulsen uitgingen, was de Vlaamse overheid niet ontgaan: in 1990 erkende toenmalig minister van Cultuur, Patrick Dewael, deSingel als hét internationaal kunstcentrum van Vlaanderen. Door een substantiële verhoging van de werkingsmiddelen in 1990 konden we het programma uitbreiden en sterker internationaliseren. Mede gestuwd door een sterk engagement voor Antwerpen 93 Culturele Hoofdstad van Europa - deSingel was de belangrijkste artistieke partner van het project - werden we een belangrijke presentator en coproducent van podiumkunsten in Europa, een scherp geprofileerde concertorganisator en een gangmaker van het architectuurdebat.

Grote internationale podiumkunstenaars als Merce Cunningham, Heiner Müller, Peter Brook, Pina Bausch en William Forsythe presenteerden vanaf nu hun werk meermaals in de Rode Zaal, naast internationaal gevestigde Vlamingen als Jan Fabre, Anne Teresa De Keersmaeker, Ivo van Hove, Jan Lauwers, Wim Vandekeybus en Alain Platel. Belangrijke internationale coproducties en creaties waren er met onder meer Trisha Brown, Robert Wilson, Christoph Marthaler en Heiner Goebbels. Met een accent op hedendaagse, oude en kamermuziek naast jazz en wereldmuziek bevestigde de Blauwe Zaal haar reputatie als internationaal referentiepodium waar topartiesten en -ensembles als het Arditti Quartet, Valery Gergiev, Radu Lupu, Pierre Boulez, Cecil Taylor en Thomas Zehetmair regelmatig terugkeerden, naast internationaal vermaarde musici uit eigen land als Philippe Herreweghe, Jos van Immerseel, Ictus en Danel Kwartet. Werk van onder meer Elliot Carter, Yannis Xenakis, Luca Francesconi, Harrison Birtwistle, Kaija Saariaho, Karel Goeyvaerts en Luc Van Hove kende in deSingel zijn wereldcreatie. Voor het eerst op de affiche in Vlaanderen stonden internationale coryfeeën als Norman Foster, Jean Nouvel en Daniel Libeskind, naast toen jonge en nu Vlaamse toparchitecten als Stéphane Beel, Paul Robbrecht/Hilde Daem en Xaveer De Geyter. Ter begeleiding van de tentoonstellingen startten we een omvangrijke reeks architectuurpublicaties op in eigen beheer.

Merce Cunningham Heiner Müller Peter Brook
Merce Cunningham Heiner Müller Peter Brook
Pina Bausch Jan Fabre Anne Teresa De Keersmaeker
Pina Bausch Jan Fabre Anne Teresa De Keersmaeker
Ivo van Hove Jan Lauwers Wim Vandekeybus
Ivo van Hove Jan Lauwers Wim Vandekeybus
Trisha Brown Robert Wilson Christoph Marthaler
Trisha Brown Robert Wilson Christoph Marthaler
Heiner Goebbels Arditti Quartet Valery Gergiev
Heiner Goebbels Arditti Quartet Valery Gergiev
Radu Lupu Pierre Boulez Cecil Taylor
Radu Lupu Pierre Boulez Cecil Taylor
Thomas Zehetmair Jos van Immerseel Ictus Kwartet
Thomas Zehetmair Jos van Immerseel Ictus Kwartet
Elliot Carter Yannis Xenakis
Danel Kwartet Elliot Carter Yannis Xenakis
Luca Francesconi Harrison Birtwistle Karel Goeyvaerts
Luca Francesconi Harrison Birtwistle Karel Goeyvaerts
Luc Van Hove Norman Foster Jean Nouvel
Luc Van Hove Norman Foster Jean Nouvel
Europa/Utopia

In de jaren negentig introduceerden we festivals en evenementen als 'Het Theaterfestival' (als gastheer voor de herneming van Vlaamse en Nederlandse theaterproducties en als animator van het randprogramma gerealiseerd in samenwerking met het Vlaams Theater Instituut) en 'De Nachten' (een jongerenhappening rond muziek en literatuur in samenwerking met Villanella en 5voor12). Andere eenmalige festivals brachten een genre of regio onder de aandacht: 'De Opera' (uitsluitend muziektheatercreaties) en 'Alleen Theater' (rond theatermonologen), 'Azië Centraal' (theater uit Centraal-Azië) of 'Europa/Utopia' (theater uit Centraal- en Oost-Europa).

DESINGEL IN HET HEDENDAAGS KUNSTENLANDSCHAP

"Op grond van de jarenlange ervaring en het geleverde pionierswerk, beschikt deSingel over unieke competenties om als "centre of excellence" in Vlaanderen te functioneren en ook als zodanig door de overheid erkend te worden. De organisatie beschikt over een merkwaardige reeks sterkten: meer dan 20 jaar ervaring, een artistieke autoriteit, erkend in binnen- en buitenland, een internationale onderhandelingspositie, een breed publieksbereik en een sterke ondernemingszin gekoppeld aan een hoge graad van managementvaardigheden."

uit 'Audit in de grote Vlaamse culturele instellingen', Nikè, september 2003 - februari 2004

Samenwerken om internationale kunstproductie te ondersteunen

deSingel maakt deel uit van en opereert binnen verschillende internationale netwerken. Grote festivals, productiehuizen, concertzalen, musea, gezelschappen en orkesten behoren tot de producerende en coproducerende partners. We hebben een sterke internationale positie. Het dient gezegd dat de artistieke directies van een aantal gereputeerde festivals als Edinburgh, Melbourne, Ruhr, Holland en Avignon niet alleen regelmatige bezoekers zijn van deSingel, maar zich ook lovend uitlaten over ons programma. Voormalig schepen van cultuur van de stad Antwerpen, Eric Antonis, schetste de positie van deSingel als volgt: "Dankzij deSingel is het in Antwerpen het hele jaar door Holland Festival".

De hedendaagse internationale kunstcreatie functioneert, op enkele uitzonderingen na, uitsluitend wanneer meerdere organisaties zich engageren. Grote dans-, theater- en muziektheaterproducties kunnen alleen gemaakt worden wanneer de werkingsmiddelen van gezelschappen vermeerderd worden met coproductiebijdragen van partners die zich engageren voor een internationale spreiding. Grote muziekprojecten worden alleen opgezet wanneer een internationale tournee verzekerd is. Grote tentoonstellingen worden vanuit verschillende landen gefinancierd. Binnen dit mechanisme zijn alle partners van elkaar afhankelijk: de producenten van hun coproducenten en afnemers, de receptieve en coproducerende organisaties van het engagement van de producenten en de collega-coproducenten. Op deze manier worden de risico's van het maken gedeeld en wordt het internationaal tonen mogelijk gemaakt.

Je Suis Sang
Jan Fabre's Je Suis Sang

Wil een organisatie aan die internationale netwerken participeren, dan wordt een dergelijk engagement als coproducent verwacht. Dat geldt ook voor deSingel. Het zijn bovendien juist die netwerken die ons toelaten om Vlaamse kunstenaars internationaal te introduceren en te ondersteunen. Zo is de tentoonstelling 'B-Architecten Antwerpen', geproduceerd door deSingel en hier getoond in het voorjaar van 2004, hernomen in het programma van Lille 2004 Capitale Européenne de la Culture. Zo ook hebben we het werk van Jan Fabre geïntroduceerd in het Festival d'Avignon. De wereldcreatie van 'Je suis sang' vond plaats in 2001 in Avignon, met deSingel als coproducent. Later presenteerden we deze productie in deSingel, het begin van een wereldtournee die ondersteund werd door Festival GREC Barcelona en Melbourne Festival, partners waarmee deSingel al jarenlang samenwerkt.



Naast bovengenoemde festivals behoren volgende instellingen tot onze belangrijkste partners in het internationale relatienetwerk van coproducenten:

  • Théâtre de la Ville Parijs voor internationale dansproducties, het theaterwerk van Jan Fabre en niet-westerse concerten;
  • Festival Musica Strasbourg voor hedendaagse muziekcreaties;
  • Festival Montpellier Danse voor internationale dansproducties;
  • Léonard de Vinci-Opéra de Rouen voor creaties hedendaags muziektheater en dans;
  • Arc-en-Rêve Bordeaux voor tentoonstellingen architectuur;
  • Rotterdamse Schouwburg voor creaties hedendaags muziektheater;
  • Holland Festival voor creaties theater, dans en muziektheater;
  • Nederlands Architectuur Instituut voor tentoonstellingen architectuur;
  • Ruhr Triennale voor creaties podiumkunsten;
  • Berliner Festspiele voor creaties podiumkunsten en muziek;
  • Tramway Glasgow voor internationaal theater;
  • Wiener Festwochen voor creaties podiumkunsten;
  • Theorem voor creaties theater uit Midden- en Oost Europa;
  • Festival Zürcher Theaterspektakel voor creaties podiumkunsten;
  • Kunsthalle Zürich voor tentoonstellingen architectuur;
  • Théâtre Vidy-Lausanne voor creaties hedendaags theater;
  • Brooklyn Academy of Music (New York) voor creaties hedendaags muziektheater;
  • Festival de Théâtre des Amériques (Montréal) voor creaties podiumkunsten;
  • Festival RomaEuropa voor creaties podiumkunsten;
  • alle culturele hoofdsteden van Europa.

Centre of excellence

In het buitenland wordt deSingel gewaardeerd en beschouwd als 'centre of excellence' onder de Europese kunsthuizen. Er is in Europa geen huis te vinden dat een vergelijkbare werking onder één dak realiseert. Meestal vindt men vergelijkbare programma's verspreid over verschillende huizen in een stad of een land. Bundelt men in Parijs het aanbod van Théâtre de la Ville en Cité de la Musique en voegt men daar de werking van een centrum als Arc-en-Rêve in Bordeaux aan toe dan komt men tot een vergelijkbaar totaalprogramma. In Rotterdam moet men daarvoor de Schouwburg, De Doelen en het Nederlands Architectuur Instituut clusteren. Het Walker Art Center (Minneapolis, USA) leunt inhoudelijk aan bij deSingel, zij het dat in de muziekprogrammering het luik 'klassiek' quasi niet aanwezig is en dat tentoonstellingen en beeldcultuur centraal staan in het totaalprogramma.

Grootschalig, spits en grensverleggend

deSingel legt zich binnen zijn unieke infrastructuur toe op het tonen en coproduceren van grootschalige, grensverleggende producties podiumkunsten. Voor muziek kiezen we voor een spitse selectie van binnen- en buitenlandse kwaliteitsensembles en programma's binnen een brede waaier aan genres. Het - recent vernieuwde - uitgangspunt voor de architectuurtentoonstellingen is het grensgebied tussen architectuur, beeldende kunst en stedelijkheid.

Het artistiek beleid van deSingel moet een samenhangend en productief spanningsveld blijven creëren tussen het vertrouwde en het onbekende, tussen gevestigd en nieuw, tussen lokaal en internationaal, tussen kunst en samenleving. Daarom wordt het aanbod voortdurend bijgeschaafd en is het continu in beweging. Naast het gevestigde en grootschalig vernieuwende blijven we binnen een internationaal kader zoeken naar het experimentele en kleinschalige, om zo een breder spectrum van de hedendaagse kunstpraktijk te tonen. We ontwikkelen specifieke presentatievormen, complementair aan de bestaande, om een ander, vaak uniek, daglicht te werpen op waardevolle programma's.

Zo zien voortdurend nieuwe initiatieven het licht:

  • de grootschalige componistenhappenings, in samenwerking met deFilharmonie (waar een hele dag lang internationale topvertolkers naast conservatoriumstudenten op het podium staan met uitsluitend werk van één componist, bijvoorbeeld Sjostakovitsj of Stravinsky);

    componistenhappenings

  • het driedaags festival hedendaagse muziek music@venture, in samenwerking met het Festival van Vlaanderen Antwerpen (gespecialiseerde ensembles uit binnen- en buitenland brengen creaties binnen een muzikaal referentiekader dat bepaald is door curatoren als Luc Van Hove en Jonathan Harvey);
  • het project 'Curating the Library' (het uitbouwen van een subjectieve bibliotheek; kunstenaars als Luc Tuymans, William Forsythe, Dirk Braeckman en Thomas Hirschhorn stellen hun favoriete boeken voor; de boeken en de dvd-opnamen van hun presentatie worden in een bibliotheek geplaatst ter consultatie);

    Curating the library

  • het project 'Curating the Campus' (een project waarin we kunstwerken van onder meer Matt Mullican en Rémy Zaugg langdurig laten dialogeren met het gebouw);

    Matt Mullican

  • de experimentele eendagshappenings 'dedonderdagen' (een zoekende generatie kunstenaars als Der Rote Bereich, Kris Verdonck, Patricia Portela en Tino Sehgal gaan een avontuurlijke dialoog aan met het publiek);

    dedonderdagen

  • de thematische 'Clusters' voor jongeren, in samenwerking met Villanella (een reeks van themadagen of -avonden waarin een verbinding gemaakt wordt tussen kunst, politiek en wetenschap).

Multidisciplinair en internationaal

De seizoenen blijven bestaan uit een uitgebreid en selectief aanbod muziek, theater, dans en architectuur. Door de grootschaligheid en omwille van de vermenging van disciplines onderscheiden we ons in Vlaanderen sterk van andere podia en kunstorganisaties. Naast Vlaamse premières en exclusieve presentatiereeksen van topproducties uit de internationale podiumkunsten, waaronder Ariane Mnouchkines 'Tambours sur la Digue', realiseren Vlaamse artiesten geregeld wereldcreaties waarmee zij vervolgens de internationale podia aandoen. Denken we maar aan verschillende producties van residenten Jan Fabre en Philippe Herreweghe of aan de hedendaagse opera 'The Woman who walked into doors' van Het muziek Lod, met muziek van Kris Defoort en in een regie van Guy Cassiers, waarin ook de Beethoven Academie - huisorkest van deSingel -, het Danel Kwartet, Dreamtime, de Munt en Ro-Theater zich engageerden. Deze productie werd gecreëerd in 2001 en is nu nog steeds te zien op internationale podia.

Instelling van de Vlaamse Gemeenschap

Gezonde ambitie en expertise maken dat deSingel zijn unieke rol als modern kunstbedrijf met internationale uitstraling verder zal waarmaken. Juist door de unieke internationale, grootschalige, multidisciplinaire dimensie wordt ons programma ten opzichte van grote kunstencentra, operahuizen, concertzalen, festivals en musea in het Vlaamse kunstenlandschap als complementair en noodzakelijk ervaren. Dergelijke rol is in Vlaanderen slechts voor één centrum weggelegd.

Deze positie in het Vlaamse en internationale kunstenlandschap werd in 2003 in eigen land formeel erkend door het statuut van 'Instelling van de Vlaamse Gemeenschap'. Deze instellingen hebben een specifieke positie en opdracht binnen het Vlaamse kunstenlandschap. Samen vertegenwoordigen ze een belangrijk symbolisch kapitaal voor de gemeenschap (opsommen). Momenteel werken we samen met ieder van deze instellingen, hetzij op structurele basis, hetzij occasioneel.

Daar komt de kunstcampus

In het najaar van 2007 werd gestart met de nieuwbouw voor de kunstcampus deSingel. Het is een ambitieus bouwplan met productiezalen podiumkunsten en muziek, een echte tentoonstellingsruimte, een multimedia leeszaal en artshop, kantoren voor het Vlaams Architectuurinstituut, een ruim café-restaurant en pauzebuffet voor het publiek en tal van lokalen voor het Conservatorium.
Deze nieuwbouw wordt meteen ook de veruiterlijking van het grote inhoudelijke toekomstproject van deSingel, de realisatie van een unieke en internationale kunstcampus. Een plaats waar kunst niet alleen wordt getoond, maar ook wordt aangeleerd en gemaakt.
Vele elementen daarvan zijn reeds aanwezig in de actuele werking. In de eerste plaats met de autonome kunstopleidingen zelf: het Conservatorium/Hogeschool voor drama, muziek en dans, de Posthogeschool voor Podiumkunsten, het Sabbattini Tewerkstellingsinitiatief. Maar daarnaast ook met een uitgebreid pakket extra activiteiten die interactie tussen het kunstprogramma, de kunstproductie en de leeromgeving beogen. Dit zowel voor de studenten als de bezoekers die meer willen weten. We hebben het immers steeds belangrijk gevonden om kunst niet alleen te tonen, maar ook de productie ervan te faciliteren en voor het publiek tal van vormen van toeleiding te voorzien.
Het produceren en coproduceren zal in de nieuwbouw heel wat natuurlijker kunnen verlopen in specifiek daartoe ontworpen ruimtes. Bovendien zal het publiek er kunnen kennismaken met work-in-progress of met de uiteindelijke productie wanneer de productieruimte daarvoor de meest geschikte zaal is.
Toeleiding en educatie worden belangrijke sleutelwoorden op de nieuwe kunstcampus. Met veel aandacht voor al dan niet publieke workshops en masterclasses, omkaderende informatie bij de artistieke activiteit, publieke repetities, lezingen, colloquia, toegang tot informatie over kunst voor zowel de onderzoeker als de geïnteresseerde leek.
Het campusprogramma bouwen we in de eerstvolgende jaren uit om er te staan als volwaardige 'deSingel internationale kunstcampus' wanneer we de nieuwbouw openen in 2010.